Terwijl het oranjegele herfstkleed van de natuur is afgedwarreld en de vliegenzwammen zijn "uitgebloeid" (de foto hierboven is van eind oktober) plofte deze week het nieuwe nummer van Archeologie Magazine op de mat, met daarin een artikel van mij over een bonte natuurlijke rijkdom. Niet in een bos of in een park, maar in... de Egyptische collectie van het Neues Museum in Berlijn! Toen ik daar afgelopen mei door de zalen dwaalde viel me namelijk op dat er op de Egyptische reliëfs in de collectie veel dierenafbeeldingen zijn te zien, van soms bijzondere soorten. Zou daar misschien een artikel inzitten?, zo vroeg ik me direct af. Hierop heb ik verschillende foto's van de reliëfs gemaakt en een boek erover in de museumwinkel gekocht, om een week of wat na thuiskomst te beginnen met lezen en schrijven. Het lukte me uiteindelijk om een velletje losse notities te verwerken tot een artikel, dat de redactie van Archeologie Magazine graag wilde plaatsen, en waarin verschillende dierreliëfs de revue passeren. Onder de titel Egyptische dierenweelde in Berlijn staat het stuk deze maand in het blad, met foto's van onder andere een Egyptische pelikaan, een vissenhiëroglief en een klein blauw egelbeeldje. Een mooie afsluiter van "schrijfjaar" 2024! Wie geïnteresseerd is, kan het blad kopen in veel boekhandels of online, via deze link. Misschien iets voor onder de kerstboom? ;-)
Dieren in het Neues Museum, deze maand in Archeologie Magazine
Over schrijven gesproken hier nog een korte update van mijn tweede boek, waarvan ik inmiddels het derde hoofdstuk zo goed als voltooid heb. Zoals gemeld in mijn vorige weblog gaat dit derde hoofdstuk over de grote Italiaans-Britse schatgraver Belzoni, die in 1815-1819 in Egypte verbleef en zich daar ontwikkelde van louter een schatgraver tot een soort vroege archeoloog. In de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden wordt een originele druk van zijn reisverslag uit 1820 bewaard, dat ik graag wilde bekijken omdat dat boek een belangrijke rol in mijn derde hoofdstuk speelt. 21 november jongstleden ben ik daarom naar de Sleutelstad gegaan voor een bezoekje aan de oudheidkundige boekenverzameling, waar ik foto's van het boek heb kunnen maken en een paar notities, die ik goed heb kunnen gebruiken voor de tekst van mijn eigen boek. Het zal op z'n minst nog wel een paar jaar duren voor het af is, maar met drie hoofdstukken is de spreekwoordelijke kop eraf. Komende tijd ga ik aan de slag met hoofdstuk 4, dat over de ontcijfering van het hiërogliefenschrift gaat.
Het boek van Belzoni, opengeslagen in de bibliotheek van het Rijksmuseum van Oudheden
Overigens is het boek van Belzoni interessant in het kader van de gevoeligheid die er tegenwoordig heerst rond Egyptische schatten in Westerse musea. Menigeen is geneigd om dit af te doen als "roofkunst", alsof alles met geweld is verkregen en de Egyptische bevolking zich tevergeefs heeft verzet tegen nietsontziende Europese inhaligheid. Onderstaand fragment uit Belzoni's Narrative of the Operations and Recent Discoveries (de titel) laat echter zien dat het met dat geweld en verzet wel meeviel: de plaatselijke sjeik in Luxor gaf de schatgraver toestemming "[to] take away the great head [...] and the cover of the sarcophagus, or any thing else I pleased", ofwel: Belzoni kreeg toestemming om mee te nemen wat hij wilde. Het grote hoofd waarover hij schrijft betreft een beeld van farao Ramses II, dat thans in het British Museum staat (deze), en met dat sarcofaagdeksel wordt de versierde granieten plaat bedoeld die bovenop de sarcofaag van Ramses III lag, en die thans in een museum in Cambridge ligt (zie hier). Geen "roofkunst", maar door de Egyptenaren zélf weggegeven. En daar bleef het niet bij, want Belzoni mocht zelfs "Tommy and Dummy" meenemen als hij dat had gevraagd. Met deze koddige namen werden de beelden bedoeld die tegenwoordig bekend staan als de Kolossen van Memnon. Belzoni heeft ze, hoewel hij dat dus wél had gemogen, uiteindelijk níét meegenomen en het beeldenduo staat nog altijd op de westover van Luxor (dit zijn ze), waar ze een belangrijke attractie voor toeristen vormen.
Een fragment uit Belzoni's boek, over een sjeik die hem toestond mee te nemen wat hij maar wilde
Tot slot nog een kleine, maar belangrijke kanttekening bij een recensie van mijn Seti-boek, die afgelopen september in het tijdschrift VIND stond. Een positieve recensie (die ik bij de andere berichten over mijn boek heb gezet), maar wel een met enkele foutjes... Zo heb ik mijn boek niet geschreven op basis van hiërogliefenteksten, aangezien ik die niet kan lezen. En het vredesverdrag met de Hettieten waarover wordt gesproken werd niet door Seti (zoals de recensie schrijft), maar door Ramses II gesloten, hetgeen in mijn boek op bladzijdes 31-32 en 79 ook correct staat gemeld. De voornaamste fout echter was dat ik in de recensie "Egyptoloog Dave Boots" word genoemd! Ik ben echter géén egyptoloog, en heb mezelf ook nooit zo genoemd. Op bladzijde 10 in mijn boek noem ik mezelf een leek, aangezien dat is wat ik ben: het schrijven is voor mij puur hobby, dat ik mezelf heb aangeleerd. Maar wellicht waren ze bij VIND zó van m'n Seti-boek onder de indruk, dat ze dachten: dat moet wel van een professional komen. Een mooi compliment natuurlijk, maar om misverstanden te voorkomen heb ik deze specifieke fout toch maar met Photoshop uit de recensie verwijderd, en die aangepaste versie (ik heb alleen het woordje 'egyptoloog' verwijderd, verder is het bericht intact gelaten) op deze website gezet. Want het mag in deze tijd van social media dan mode zijn om jezelf beter voor te doen dan je bent, maar ik blijf liever mezelf.
Links de oorspronkelijke versie, rechts heb ik het woordje 'egyptoloog' met Photoshop Elements (pse) verwijderd